Tekening: Mascha Gesthuizen

Er was eens een land, hier heel ver vandaan, waar de koningspoedels verhalen verzamelden. Dit magische land, waar de paden geplaveid waren met gouden letters, droeg de naam Krulkolonië. Om bij Krulkolonië te komen, moest je via de bergen, voorbij de meren en dan nog even een stukje door het bos. Als de bomen fluisterden en hun takken lieten krullen, wist je dat je er was.

Filou Fabel woonde altijd al in Krulkolonië. Haar gouden mandje stond in de Koningsstraat. Vandaag was ze naar het meer getrippeld. Ze stond aan de rand, haar poten koud door de golfjes water die steeds over haar tenen spoelde. Haar spiegelbeeld werd steeds opgetild en weer neergelaten, maar zelfs zo zag ze hoe haar kroon van krullen op haar kop platgewaaid werd. Ook de toefjes krullen onderaan haar poten waren niet mooi rond maar vormeloos doordat de wind ze aan de voorkant plat tegen haar poten duwde. Naar haar staart durfde ze niet eens te kijken, maar ze voelde wel hoe de vlagen aan haar pluim trokken. Ze zuchtte. Was ze maar een labrador in plaats van een koningspoedel. Dan had ze tenminste steil haar. Haar dat niet danste in de wind, haar dat het regenwater van zich af liet glijden, haar dat al-tijd goed zat. Zenuwachtig drentelde Filou langs de waterrand. Haar hart bonkte in haar borstkas. Haar bloed joeg door haar lijf, als ze zou kunnen zweten had ze het nu gedaan, zoveel was zeker. Er moest iets gebeuren!

Kies de afloop die bij je past? Ga je voor een goed einde? Lees dan meteen door. Ben jij nieuwsgierig hoe alles mis kan gaan? Scrol dan even door…

De goede afloop

Filou Fabel sjokte terug naar de Koningsstraat. Bij haar gouden mand stond Willem de Wijze, de Chiwawa. ‘Wat kijk je sip?’

‘Mijn krullen! Ze zijn vreselijk. Ik moet er van verlost worden. Wil jij me kaal scheren, met de tondeuse van Kapper Trimmerappie?’

‘O nee,’ riep Willem de Wijze verschrikt, ‘lieve Filou Fabel, jouw krullen zijn zo bijzonder!’

‘Maar ze waaien altijd plat,’ snikte Filou Fabel.

‘Dat geeft toch niet? Wist je dat de wind zo de verhalen van Krulkolonië meeneemt, over de meren, over de bergen? Zo kunnen ze verteld  worden in Saaihaarlandia.’

‘Huh?’ Filou Fabel ging zitten en spitste haar oren.

‘Ja,’ kefte Willem de Wijze en hij stak zijn poot in de lucht. In Saaihaarlandia gebeurt nooit iets. Alleen omdat de wind de verhalen daar in elf dagen brengt, sterven de honden daar niet door verveling. Van oudsher moeten de verhalen uit de krullen van de koningspoedels komen. Zij zijn de intelligentste honden van Krulkolonië én ze maken het meeste mee. Als jij je toefjes afscheert, Filou, drogen de verhalen op. De honden van Saailandia zullen uitsterven!’

‘Dus… mijn krullen maken het verschil?’

‘Jazeker! Zo. Dan gaan we je krullen nu lekker kammen.’ Willem de Wijze sprong op de boomstronk achter Filou Fabel en haalde een roze kam tevoorschijn. Zijn tong piepte tussen zijn lippen terwijl hij de kam door de krullen liet glijden. De kroon van Filou Fabel bolde helemaal op. De toefjes aan haar poten werden twee keer zo groot. En het pluimpje aan haar staart glom als nooit tevoren. Willem de Wijze sprong van de stronk af en rende naar een paardenbloem. Hij beet de bloem af en stak hem in Filou Fabels kroon. Filou Fabel stak haar borst naar voren en maakte een pirouetje. ‘Dank je, Willem de Wijze.’ 

‘Zo Filou Fabel, knappert! Je prachtige krullen kunnen weer verhalen vangen.’

Filou Fabel en Willem de Wijze liepen samen de Koningsweg af, op zoek naar nieuwe avonturen. Ze leefden nog lang en gelukkig en tot op de dag van vandaag worden de verhalen nog verteld.

De slechte afloop

Filou Fabel sjokte terug naar de Koningsstraat. Bij haar gouden mand stond Willem de Wanhopige, de Chiwawa. ‘Wat kijk je sip?’

‘Mijn krullen! Ze zijn vreselijk. Ik moet er van verlost worden. Wil jij me kaal scheren, met de tondeuse van Kapper Trimmerappie?’

‘Maar Filou Fabel, je weet toch dat je krullen de verhalenvangers zijn? Waar moet de wind de verhalen oppikken om naar Saaihaarlandia te brengen als jij geen krullen meer hebt? Je weet toch dat ze dan na elf dagen zullen sterven van verveling.’

‘Dat kan me niks schelen, Willem de Wanhopige. Ik wil geen krullen meer, ik heb er genoeg van!’

Willem de Wanhopige sjokte naar de kapper en kwam terug met een tondeuse. ‘Trimmerappie heeft de botte tondeuse meegegeven. Hij wil niet  dat jij je krullen afscheert.’

‘Lekker dan. Maar doe het toch! Ik heb nooit om krullen gevraagd. De honden van Saaihaarlandia zoeken maar een andere krullenkop die verhalen voor ze verzamelt.’

Willem de Wanhopige zuchtte. Zijn poten voelden zwaar toen hij de tondeuse aanzette en begon met scheren. De prachtige lokken van Filou Fabel vielen op de grond.

In Saaihaarlandia gingen de honden een voor een liggen. Hun ogen vielen dicht van verveling. Na elf dagen stierven ze een voor een hun saaie dood. Het was stiller dan ooit in Saaihaarlandia, zelfs de bladeren aan de bomen fluisterden niet meer.

In Krulkolonia lag Filou Fabel in haar dof geworden gouden mand. Ze was dik en sloom geworden. Nu ze geen krullen meer had, hoefde ze niet meer op pad om verhalen te vangen. Haar vacht groeide wel weer aan, maar het was te laat. In Saaihaarlandia was er geen hond meer die nog op haar verhalen wachtte en dat had ze zelf veroorzaakt met haar domme keuze.

Ze leefde nog lang en ongelukkig. Van Willem de Wanhopige is nooit meer iets vernomen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *