
De zon speelt door de bladeren. Schaduwen en licht dansen om elkaar heen op de klinkers van de straat die de school met de kerk verbindt. Hij sloft een beetje, het hoofd gebogen. Zijn rugzak glijdt van een van zijn schouders, waardoor hij bij elke stap schever komt te hangen.
Dan staat hij stil. De rugzak komt met een metalen boink op straat terecht. Deuk in mijn thermosfles, denkt hij, terwijl hij bukt. De zilverkleurige binnenkant van de geopende chipszak voor zijn voeten, de reden voor zijn abrupte stop, glinstert in het zonlicht. Het folie knispert als hij hem oppakt.
Hij komt overeind en steekt zijn neus in de zak. Paprikachips. Een ‘lang zal hij leven’ van kinderstemmen klinkt in zijn hoofd. Hij ziet zichzelf, zittend op de versierde stoel, eerder verdrietig dan blij, zijn feestmuts scheef op zijn hoofd. Die verschrikkelijke verjaardagsfeestjes die zijn moeder elk jaar weer organiseerde. Alle kinderen uit de klas werden uitgenodigd en het kon niet op. Een keer hadden zijn ouders zelfs een springkussen gehuurd. In de weken na zo’n feestje moesten ze altijd zuinig zijn. En dat allemaal omdat zijn ouders de hoop hielden dat de pesterijen zouden stoppen als het partijtje maar leuk genoeg was.
Hij vouwt zijn hand om de bovenkant van de chipszak, plooit de rand over het rondje dat zijn duim en wijsvinger vormen en zet zijn mond ertegen. Hij proeft de paprikasmaak en blaast. Krakend zwelt de zak op. Hij knijpt hem dicht en slaat met zijn vrije hand hard tegen de zak. Tijdens de knal vallen de laatste chips op straat. Hij laat de zak los en sloft verder. Voor de kerk stopt hij. Een kort moment leunt hij met zijn voorhoofd tegen de zware deur. Het hout is opgewarmd door de zon. Binnen wacht de kou.
Een compleet verhaal in vier alinea’s
Vier alinea’s. Meet heb je niet nodig om je lezer mee te nemen naar een andere wereld. Je introduceert een personage. Je creëert een situatie. Je geeft je personage een herinnering. En je rondt je verhaal af. Klaar is Kees.
Spelen met perspectief
Tijdens een van de cursusdagen gingen schrijvers aan de slag met perspectief. Chips om te huilen werd herschreven vanuit een ander personage. Lees hieronder hoe de beleving van hetzelfde verhaal dan verandert.
Het chipsverhaal, vanuit de chipszak, door Roos Pentinga
Ik ben nog vol en ongekrenkt. Hoe lang gaat het duren, voordat ik bevrijd word van de bremzoute kraaklekkernijen?
Ai, wat gebeurt er? Ik knal open! Heerlijk. Frisse lucht. Eindelijk!
Ik zie het mannen gezicht boven me. Schaduwen en licht dansen om elkaar heen op de klinkers van de straat, die de school met de kerk verbindt. Zijn rugzak glijdt van een van zijn schouders, waardoor hij bij elke stap schever komt te hangen. Hij valt en zijn rugzak eerder dan hij. Hij komt overeind en steekt zijn neus in mij! Paprikachips. Bah. Zo heten die dingen.
Hij ziet zichzelf zittend op de versierde stoel. Eerder verdrietig dan blij. Zijn feestmuts scheef op zijn hoofd.
Het chipsverhaal, vanuit ik-perspectief, door Barbara de Roos
Wat een doffe ellende, allemaal! Hopelijk komt Larry vandaag niet naar de kerk. Larry en zijn gemene vriendjes. Wat een rotstreek hebben ze me geflikt vorige week! En dat nog geen drie dagen na dat stomme feest bij ons in de tuin met dat poepiedure springkussen.
Even stoppen, wat heb ik ook alweer in mijn tas? Oh, die chipszak kan ik ook niet meer zien, er waren er ook zó veel overgebleven van het feest. Allemaal paprika, wat nog smeriger is dan leverworst.
Even een lolletje. Zakje open, blazen, getver. Walgelijk die lucht. Flinke klap erop, zoals Oom Theo. Best hard die knal. Wel álles nu onder de oranje troep.
Gek, ik begin me al wat beter te voelen. Misschien valt het vandaag wel mee met mijn pesters.
Het chipsverhaal, vanuit de moeder, door Silke Willink
De zon speelt door de bladeren als mijn zoon de voortuin in loopt. Zijn rugzak bungelt aan één schouder. Zijn gebogen rug en zijn sloffende pas grijpen mij steeds weer naar de keel. Alles heb ik ervoor over om zijn leven luchtiger en mooier te maken, maar dat lukt mij maar in zeer beperkte mate. Er bekruipt mij een gevoel van falen en een intens verdriet dat hij zo somber en stil kan zijn. Volgende week wordt hij 13. Die verschrikkelijke verjaardagsfeestjes hoeven gelukkig niet meer. De kosten ervan maakten dat we een maand geen vlees konden eten met ons drietjes thuis en ik ook wat extra nachtdiensten moest draaien op mijn werk. Ik had destijds de illusie dat als we maar hele leuke feestjes zouden organiseren hij er vast wel een vriendje of vriendinnetje aan over zou houden op school, maar het leek wel of al zijn klasgenoten het dan naar hun zin hadden behalve hijzelf. Sam vertelde mij ruim een jaar geleden dat hij dat niet meer wilde. Liever kreeg hij een mooie rugzak als cadeau en wilde hij zijn verjaardag vieren, met zijn zus, zijn oma, de buurvrouw en mij. En zo is het ook gegaan vorig jaar. Als Sam binnenkomt oogt hij toch wat opgewekter dan ik zojuist dacht te zien, hij loopt naar de kast en vraagt of er nog chips in huis is.
Het chipsverhaal, vanuit jij-wij-perspectief, door Johanna Rougoor
Je ligt op de klinkers van de straat tussen school en kerk, eenzaam en verlaten, schaduw en licht spelen over je heen. Een man loopt sloffend richting kerk, met gebogen hoofd, op zijn rug een rugzak die links schever en schever zakt. Gegrepen door je glinsterende folie zet hij de rugzak met een flinke boink naast je op de klinkers. Zijn hand reikt voorzichtig en pakt je op, je knispert. Hij brengt je naar zijn neus en ruikt. Je geur is scherp en kruidig, paprika. Maar hij, hij ruikt verjaardagsfeestjes, zijn moeder die elk jaar weer die afschuwelijke plaaggeesten van school uitnodigde, want misschien werden ze wel vriendjes? Hij kijkt je langdurig aan en vormt dan je opening tot een gerimpeld rondje in zijn hand, een perfecte blaastuit. Hij vult zijn longen en blaast ze leeg, in jou. Je zwelt op, wordt groot en kraakt. Hij knijpt je dicht. En dan, au, een harde klap, je knapt, het restantje van je gekruide inhoud belandt op de klinkers, jij volgt. De man kijkt op je neer, plet je met zijn voet, pakt zijn rugzak, gooit die over zijn schouder en keert je met geheven hoofd de rug toe. Met kwieke stap loopt hij weg, kijkt nog een keer om, naar jou en je verloren paprikachipjes. De priester heeft hij niet meer nodig. Licht en schaduw spelen over jullie heen.
Het chipsverhaal, vanuit de ik-persoon die nu een toeschouwer is, door Annemieke Hoogerbrugge
Vanuit mijn raam zie ik hem voorbij sloffen.
Grijzend haar, vermoeide kleding, een rugzak die zijn leven bij elkaar houdt. De zon strooit licht door het loof van de eikenboom op het plein.
Mijn zon schijnt feller dan die van de man.
Ik kijk hem na. Dan zie ik de schouderband afglijden en de rugzak komt ten val.
Even houd ik mijn adem in.
Dan draai ik me om.
Annemieke Hoogerbrugge
