Station Nijmegen, eindpunt van deze trein

Zurig en weeïge knoflook. Daarmee gaat de plof achter mijn stoel gepaard. De walkman staat te hard, in het blikkerig vervormde geluid herken ik ‘Totdat de bom valt’ van Doe Maar. En alsof dat nog niet genoeg is, haalt de eigenaar van al die ellende elke drie seconden zijn neus op. Ik gaap en probeer mijn aandacht te verplaatsen naar het ritmisch kedengedeng kedengedeng van de wielen van het treinstel over het spoor. In de verte doemt de brug op. Ik ga rechter zitten, mijn neus bijna tegen het raam van de coupe. Kedengedeng, kedengedeng, kedengedeng. De boog van de brug begint zich duidelijk te onderscheiden. Met een beetje goede wil ontwaar ik zelfs de luchtfiguren tussen de spijlen, al kan het zijn dat mijn wens er dichtbij te zijn de aangever is van deze beelden.

Het is helder weer, de golfjes van de Waal doen het maanlicht dansen. Aan de overkant verraden de lichtjes de bruisende activiteit op de stadskade. Deze winter zijn de temperaturen nog amper onder nul geweest en er is nauwelijks wind vandaag, de mensen zullen de tijd nemen om wat rond te slenteren en van etablissement naar etablissement te slenteren. 

Kedengedeng. Het wordt nu moeilijk de oude spoorbrug te zien want de trein koerst er bijna recht op af. Op het water ontwaar ik de kribben. Het kedengedeng gaat over in het oorverdovende lawaai van ijzer op ijzer dat niet langer gedempt wordt door de ondergrond onder de bielzen van het spoor, maar juist resoneert op de ijzeren brugdelen. Het water kabbelt vredig onder mij. De café’s en restaurantjes zijn nu duidelijk van elkaar te onderscheiden, daar zie ik Humphreys, waar ik een jaar geleden een biefstuk at. 

‘Over enkele ogenblikken bereiken we station Nijmegen, eindpunt van deze trein. Denk bij het verlaten van de trein aan uw eigendommen, of beter nog: neem ze mee. Station Nijmegen, eindpunt van deze trein.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *