Foto: Mascha Gesthuizen

16 maart, ochtend

Lief dagboek,
De brandende pijn aan het uiteinde van mijn steel is hels. Ik weet niet wat er langs ging, maar ik moet sinds vannacht mijn bol missen. Oké, die was de laatste tijd wat rimpelig, maar het was toch mijn bol. Waar zou hij zijn? Nu zit ik met mijn matties strak op elkaar gepakt en ik word gek van het geknisper van het omhulsel waarin we zitten.

Middag

Onee, lief dagboek, alles is onzeker nu! We zwierden opeens door de lucht en nu zijn we van elkaar gescheiden! Ik ben in een rode tas beland, gewoon erin gegooid, boven op allerlei spullen. Wat gaat er gebeuren, lief dagboek, ik ben zo bang!

17 maart

Lief dagboek, ik voel me zo slap. Ik lag vanmorgen nog steeds in die rode tas, maar alle andere spullen zijn verdwenen. De hele nacht lag ik daar en ik voelde het leven uit me wegtrekken. Later, het was al een tijdje licht, werd ik opgepakt. Ik werd rechtop gehouden maar ik was zo verzwakt, mijn kopje duikelde naar beneden. En wat nog erger is, mijn blad kraakt niet meer langs mijn steel. Alles voelt zo futloos en leeg. Ik straal vast niet meer. Lief dagboek, zeg alsjeblieft dat het goedkomt.

18 maart

Lief dagboek, ik kan niet meer. Mijn steel staat in een glas maar ik hang eroverheen, mijn kopje naast het glas op de tafel waar we opstaan. Ik ga dood, lief dagboek, ik voel al het leven uit me lopen. Vaarwel, ik denk niet dat ik de ochtend nog haal.

19 maart

Dagboek! Ik ben er nog! Ik voel me iets steviger vandaag. Ik spaar nu mijn krachten, lief dagboek, ik wil dit overleven.

20 maart

Lief dagboek, ben ik uit de dood opgestaan? Of waren de ervaringen van de afgelopen dagen slechts een nachtmerrie? Ook al heb ik geen bol meer, ik herrijs. Echt, mijn kopje ligt niet meer op tafel, maar mijn steel staat nu in een boogje. Door het glas zie ik wel dat mijn steel niet diepgroen meer is maar wat bleekjes, maar hé, ik ben mijn krachten aan het herwinnen. 

21 maart

Ja, dagboek, het is gelukt. Ik sta rechtop. Geloof je me niet? Het is echt waar. De dood bestaat helemaal niet, ik voel me weer helemaal tulp. Mijn blad kraakt langs mijn steel als vanouds. Ik maak me wel wat zorgen over de punten van mijn blad. Ze worden geel en ook wat rimpelig. Mijn knop is mooi bol, dat wel. Ik denk dat het gewoon de ouderdom is, ik weet zeker dat ik nooit meer dood ga. Hoe zou het met mijn matties zijn? Waar zijn ze? Ik zou zo graag even op tournee gaan, zodat we nog eens samen zouden kunnen schitteren in een prachtige bos. Desnoods met zo’n knisperend omhulsel, dat heb ik er best voor over. Trouwens, had ik je al verteld dat het uiteinde van mijn steel geen pijn meer doet? 

22 maart

Lief dagboek

Het is helemaal mis. Ik ben op een donkere plek beland. Het stinkt vreselijk. Er zijn glibberige en slijmerige dingen hier. De lucht is zo bedompt. Het is broeierig. Af en toe gaat er iets open en stroomt het licht naar binnen. Er wordt iets op ons, de bewoners van dit donkere hol, gesmeten. Dan wordt het meteen weer donker. We torsen elkaar, maar we zijn te zwaar en te zwak om onszelf te dragen. Sommigen hebben geamputeerde ledematen of liggen in stukken uit elkaar. Het is zo naargeestig. Ik hoorde twee stemmen over me praten. De ene stem zei tegen de andere dat ze die malle uitgedroogde tulp zonder water nu maar had weggegooid. Ik kon het antwoord niet meer horen maar wat erop volgde was uitbundig gelach. Ik denk dat ik naar de sterren ga, lief dagboek, tenminste dat hoop ik maar.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *