
Walter stuurt de terreinwagen over het zandpad. Het water in de kuilen spat hoog op. In de schemer ziet hij het pleisterwerk van hun huis licht afsteken tegen de boomstammen.
Hij parkeert de auto en stapt uit. Bij de voordeur glijdt zijn blik automatisch naar de thermometer op de deurpost. Nul graden. Het gaat vriezen, morgenvroeg is het zandpad een grote glijbaan als hij zijn zoontje op gaat halen bij zijn ex. Het is zijn beurt om Joris naar school te brengen. Na de scheiding had de rechter bepaald dat Joris niet bij hem kon wonen. Het huis in het bos zou geen veilige omgeving zijn voor een zevenjarige. Hij zou niet met vriendjes kunnen spelen. Dat Walter na het overlijden van zijn moeder bij haar vriend Jan was ingetrokken, werd evenmin als een voordeel gezien. Hij had nog aangevoerd dat Joris veel kon leren over naastenliefde als hij bij hen woonde. Maar nee, zo oordeelde de rechter. ‘Dat Jan al op zijn zestigste Alzheimer heeft, is spijtig, dat uw moeder overleden is, is treurig en dat u bij Jan ingetrokken bent om voor hem te zorgen, is nobel, maar met al die droefenis kan een kind niet opgezadeld worden.’
Het gaat harder regenen. Walter trekt de capuchon van zijn jas over zijn hoofd voor hij zich omdraait en om het huis heen het bos inloopt. De verzadigde bodem sopt bij elke stap. De leren neuzen van zijn laarzen kleuren donker. Zijn voet blijft hangen achter een tak. Hij valt. Kou van zijn natte broek doet hem rillen. Vloekend komt hij overeind en loopt door naar de vijver. Het water spat op door de regendruppels. Hoe anders was dat een jaar geleden. Nietsvermoedend had hij dezelfde route gelopen als vandaag. Het was prachtig weer geweest, zonlicht had door de boomtoppen gespeeld. Hij herinnert zich nog hoe hij de kruidigzoete rottingslucht van het bos had opgesnoven voor zijn blik gevangen werd door het tafereel bij de vijver. Zijn moeder, drijvend op haar buik, midden op het spiegelende wateroppervlak. Haar rode rubberlaarzen, precies naast elkaar op veilige afstand van de waterrand.
Het verhaal en de opdracht
Deze tekst is geschreven naar aanleiding van een schrijfopdracht. Schrijfopdrachten leveren vaak verhalen op die je van tevoren niet van plan was te schrijven. Dat komt omdat schrijfopdrachten je vragen iets specifieks te doen. Je tekst moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Dat vraagt om creativiteit en discipline. Je moet spelen met de tekst om het doel te bereiken. Schrijven aan de hand van opdrachten levert vaak verrassend leuke teksten op.
Het betrof hier een show, don’t tell-opdracht. Er werden een aantal feiten gegeven die je aan de lezer duidelijk moest maken zonder ze te noemen. Bijvoorbeeld dat het winter was. Of dat Walters moeder een jaar geleden verdronk. Welke feiten ontdek je nog meer?
